
Drie jaar cel voor brandstichting en hennep
De 21-jarige T.v.d. B. uit Sint-Maartensdijk moet in de visie van het Openbaar Minister zwaar bestraft worden voor brandstichting, bedreigingen en hennepteelt. Officier
van Justitie W. Suijkerbuijk liet maandag de ernst van de feiten (in de relatiesfeer) tot uitdrukking komen in de eis van drie jaar gevangenisstraf.
In zijn eis speelde mee dat verdachte geen verantwoording neemt voor zijn gedrag, zodat de vrees voor herhaling gegrond is. Ook het weigeren om mee te werken aan rapportages van gedragsdeskundigen, waaronder een onderzoek bij het Pieter Baan Centrum, pleit in zijn nadeel. De consequenties hiervan moet hij voelen, vond de officier. Verder heeft de man een strafblad.
Het zwaartepunt van de strafzaak lag op de brandstichting, die vorig jaar in de nacht van 14 op 15 mei in Poortvliet plaats vond. Van der B. zou een molotovcocktail naar de woning van de moeder van zijn toenmalige vriendin hebben gegooid. De vrouw hoorde een enorme knal, gevolgd door nog twee knallen. Er ontstond een vlammenzee, de woonkamer stond vol rook, een ruit sprong en de voordeur was zwart geblakerd. Voor de officier was er overtuigend bewijs voor de brandstichting, waarbij levensgevaar viel te duchten. Twee inzittenden van de auto, met wie Van der B. naar Poortvliet was gereden, hadden verklaard dat ze een benzinelucht in de auto roken.
Hij was volgens hen ontzettend boos. Nadat Van der B. was uitgestapt, zou hij met de molotovcocktail in een plastic tasje naar de woning zijn gegaan. Verdachte ontkende de brandstichting, omdat hij op dat tijdstip in zijn woonplaats was. Dat werd bevestigd door een vriend. ,,De alibi is gecreëerd door zijn maatjes", verzekerde de officier.







