
Column Ahmad Resh: ‘Niet alles hoeft zichtbaar te zijn, niet elk hoekje verlicht’
Sinds een week lijkt het alsof de dag nooit meer eindigt op Tholen. De straatlantaarns branden onafgebroken, ook als de zon al hoog aan de hemel staat. Eerst dacht ik dat het een foutje was bij ons in de straat, maar al snel ontdekte ik dat het in heel Scherpenisse zo was. Het duurde dan ook niet lang voor ik hetzelfde fenomeen in Sint-Maartensdijk, Tholen en Poortvliet tegenkwam. Overal dezelfde oranje gloed. Ik begon me af te vragen wie de rekening van deze verspilling betaalt.
Een korte zoektocht op de gemeentelijke website bracht me tot de ontdekking dat dit voor heel Tholen en Sint Philipsland geldt: een netwerkstoring, waarbij door Stedin is besloten de verlichting te laten branden, totdat men de boel heeft opgelost. De gemeente werkt er dus samen met de netbeheerder aan. Tot die tijd blijft het licht branden. Nu is een storing niet bepaald poëtisch, maar het zette me wel aan het denken. Want hoe langer de lampen branden, hoe meer het iets beklemmends krijgt. Alsof het eiland bang voor het donker is geworden. Alsof we vergeten zijn dat er rust schuilt in duisternis. Dat niet alles zichtbaar hoeft te zijn, niet elk hoekje verlicht. Sommige dingen mogen even verdwijnen in de schaduw, onzichtbaar voor de buitenwereld. Zoals verdriet, of twijfel, die je mág delen als je er behoefte aan hebt, maar net zo goed privé mag houden als dat je keuze is. Of de schaamte dat we in een tijd van klimaatdoelen en bezuinigingen energie verspillen aan licht dat niemand nodig heeft. Als er een leesteken voor ironie bestond, zou de zin hiervoor daarmee beëindigen.
Maar zaterdag verscheen er ook ander licht op Tholen. Het soort dat oplicht in mensenogen. Licht van blijdschap en geluk bij een heleboel mensen met een beperking op de bijrijderskant van trucks tijdens de twintigste Truckersrit van Tholen. Allen werden bestuurd door vrachtwagenchauffeurs met een hart van goud. Ik moest slikken toen ik zag hoe liefdevol deze mensen onthaald werden. Geen enkele column kan beschrijven wat het met je doet als je iemand ziet stralen die in het dagelijks leven vaak – onbedoeld – over het hoofd wordt gezien. Die rit was geen verspilling van energie. Die rit wás energie. En ik dacht: laat het licht dan nog maar even branden. Als herinnering dat we soms moeten geven zonder iets terug te verwachten. En dan heb ik het zeker niet over de rekening voor de verspilde straatverlichting.







