
Het verleden herleeft met historisch maaidag
Het leek zaterdag alsof de tijd tientallen jaren werd teruggedraaid aan de Turkseweg in Tholen. Op een perceel van 1,8 hectare trokken historische tractoren en maaimachines rustig hun sporen door het gras. Geen moderne machines van tientallen meters breed, maar zorgvuldig onderhouden trekkers en maaiers uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. De Oude Trekker en Motoren Vereniging (OTMV), afdeling Brabant, organiseerde de hooidag. Niet alleen landbouwgeschiedenis was zichtbaar, maar er werd ook daadwerkelijk gewerkt. Het hooi is bestemd voor de paarden van Vera Groot uit Sint-Maartensdijk, die haar dieren aan de Turkseweg heeft staan.
Waar moderne loonwerkers tegenwoordig met schijvenmaaiers van drie tot twaalf meter breed in hoog tempo hectares per uur maaien, ging het zaterdag op een veel rustiger tempo. Juist dat maakt volgens de deelnemers de charme van het oude materieel zichtbaar. De ontwikkeling van de maaimachines laat goed zien hoe de landbouw in de afgelopen decennia veranderde. Van eenvoudige messen die heen en weer bewogen tot de snelle roterende schijvenmaaiers van nu, waarmee grote oppervlakten snel en efficiënt kunnen worden gemaaid.
Zaadwinning
Arie Hage (65) licht de verschillende technieken toe. „Er werd gewerkt met een trekker met een maaibalk van zo’n zestig tot zeventig jaar oud. We hadden een vingerbalk met één mes achter een trekker uit 1959 en een maaibalk uit 1970 met een dubbele messenbalk. Tegenwoordig wordt vrijwel overal gewerkt met schijvenmaaiers. Die maaien veel sneller en zijn tussen de drie en twaalf meter breed. Bij de veehouderij wordt anders gemaaid dan wanneer gras speciaal voor de zaadwinning wordt geteeld. Dan probeer je zo weinig mogelijk zaad te verliezen. Daarvoor worden kleinere schijven gebruikt. De huidige vlindermaaier is uiteindelijk de opvolger van de dubbele messenbalk.”
De eerste gemotoriseerde maaiers werkten met een heen en weer bewegend mes dat langs stalen vingers sneed. Dat systeem vergde weinig vermogen, maar vroeg veel onderhoud en was gevoelig voor verstoppingen. Later verschenen de dubbele messenbalken, waarbij twee messen langs elkaar bewogen. Daardoor liep de machine lichter en werd het maaibeeld netter. Vanaf de jaren zeventig namen de roterende schijvenmaaiers het werk steeds vaker over. Die zijn sneller, minder storingsgevoelig en kunnen veel grotere oppervlakten verwerken.
De OTMV telt landelijk ongeveer 6.500 leden, waarvan zo’n 350 in de Brabantse afdeling. Voor de maaidag kwamen liefhebbers uit onder meer Woensdrecht, Ossendrecht, Den Hout, Steenbergen en Tholen naar de Turkseweg. Een van hen was Jaap de Wilde uit Scherpenisse, die met zijn cyclomaaier deelnam. „We hebben nog paarden en daarom maaien we onze wei nog met deze oude tractor en cyclomaaier. Het onderhoud valt eigenlijk best mee. Ik gebruik deze combinatie al sinds 1985. Volgende maand word ik zeventig en ik woon nog altijd op dezelfde plek waar ik geboren ben. Ik wil hier ook niet meer weg.”
Opa
Op de motorkap van zijn trekker prijkt een opvallend beeldje. „Dat poppetje stelt opa voor uit de oude strip ’Op uit de boerderij‘, die vroeger in de krant stond. Het heeft altijd al op deze trekker gezeten.”
Ook Jos Verbeek uit Steenbergen werkte zaterdag met een dubbele messenmaaier. Plaatsgenoot Loek Geluk maaide eveneens met een dubbele messenbalk, terwijl Marco den Braven uit Den Hout een maaibalk uit 1967 gebruikte, die nog van zijn opa is geweest. „Je moet het materieel blijven onderhouden en af en toe laten draaien. Het beste is om er regelmatig gewoon mee te werken. Dan blijft alles in goede conditie.”
Volgens Loek Geluk ontstond de gezamenlijke maaihobby in de regio eigenlijk toevallig. „Op De Heen lag een voetbalveld waar niets meer mee gebeurde. Ik heb gevraagd of wij dat eens met de oude machines mochten maaien. Dat mocht. Vorig jaar hebben we het hooi ook met historische machines geperst. Van de opbrengst hebben we streekproducten gekocht voor de voedselbank in Steenbergen, zoals aardappelen, eieren, fruit, honing en peperkoek.”
De maatschappelijke betrokkenheid bleef daar niet bij. „Woensdag hebben we met zes oude trekkers de opbrengst van een ander gemaaid perceel weggebracht. Die opbrengst ging naar de Nationale Vereniging De Zonnebloem.” Binnen enkele weken gaan de vrijwilligers opnieuw aan de slag op De Heen. „Maar dan moet er eerst nog een paar keer regen vallen”, zegt Geluk lachend.
Via de OTMV kunnen grondeigenaren zich aanmelden wanneer zij een perceel beschikbaar willen stellen voor een maaidag. Daarmee houdt de vereniging niet alleen historisch landbouwmaterieel rijdend, maar draagt zij ook bij aan het behoud van agrarisch erfgoed en ondersteunt zij lokale goede doelen. De percelen waarop wordt gemaaid krijgen bovendien geen kunstmest, waardoor het geoogste hooi volledig natuurlijk is en uitstekend geschikt als paardenvoer.








